Een waar of niet waar vraag is de snelste vraag die je in een quiz kunt stellen. Je zet een stelling op het grote scherm en deelnemers kiezen op hun telefoon tussen twee antwoorden. In ClassicQuiz is dit geen apart vraagtype: het is een meerkeuzevraag met twee antwoordopties. Alles wat voor meerkeuzevragen geldt, geldt hier dus ook.
Hoe werkt het?
Hoe maak je een waar of niet waar vraag
- Voeg een slide toe en kies Meerkeuze.
- Zet Aantal antwoordopties op 2.
- Typ de stelling als vraag.
- Vul bij A “Waar” in en bij B “Niet waar”.
- Vink het juiste antwoord aan.
Deelnemers zien twee gekleurde knoppen op hun telefoon. Ze tikken er één aan en hun antwoord is meteen verstuurd. Heb je nog geen juist antwoord aangevinkt, dan meldt de editor dat.
50/50-vragen
De twee opties hoeven niet “Waar” en “Niet waar” te heten. Je vult zelf de tekst in, dus elke vraag met twee mogelijke antwoorden werkt op dezelfde manier. Denk aan:
- Hoger of lager: “Is de Eiffeltoren hoger of lager dan 300 meter?”
- Wie van de twee: “Wie is ouder: Madonna of Prince?”
- Ja of nee: “Heeft een octopus drie harten?”
- Echt of nep: een foto in de slide met de vraag “Is deze foto bewerkt?”
Instellingen en punten
Omdat het een meerkeuzevraag is, heb je dezelfde instellingen: timer, punten, hint, uitlegslide en de andere algemene vraaginstellingen. De specifieke instellingen die gelden voor meerkeuze vragen lees je in dit artikel over meerkeuzevragen.
De puntentelling is simpel: kiest een deelnemer het juiste antwoord, dan krijgt die de volle punten van de vraag. Het andere antwoord of geen antwoord levert 0 punten op. Staan snelheidspunten aan in de spelinstellingen, dan komt de antwoordsnelheid er nog bij. In de praktijk zorgt dat ervoor dat de behaalde punten altijd wat lager zijn dan het maximaal aantal punten dat je opgeeft in de editor.
Tijdens de quiz
Tijdens de vraag
Op het grote scherm staan de twee opties naast elkaar onder de door jou opgegeven stelling. Deelnemers zien dezelfde twee opties als gekleurde knoppen op hun telefoon.
Tonen van de antwoorden
Na de vraag volgt het antwoordscherm met een grafiek dat laat zien hoeveel deelnemers voor elk antwoord kozen, en het juiste antwoord gemarkeerd met ✓. Bij een stelling waar bijna iedereen intrapt is het leuk om te zien hoe deelnemers gefopt kunnen worden.

Op hun telefoon zien deelnemers of hun keuze de juiste was.

Tips voor leuke waar of niet waar vragen
- Kies stellingen die net twijfel zaaien. Iedereen heeft vijftig procent kans, dus een stelling wordt pas leuk als het goede antwoord verrast. “De kip is de meest voorkomende vogel ter wereld” doet het beter dan “Parijs ligt in Frankrijk”.
- Houd de opties op dezelfde plek. De opties staan in de volgorde waarin je ze invult. Zet “Waar” dus steeds bij A, dan hoeven deelnemers niet te zoeken.
- Wissel wel af wat het juiste antwoord is. Is het vijf keer achter elkaar “Waar”, dan gaan deelnemers gokken op het patroon in plaats van op hun kennis.
- Gebruik een korte timer. Een stelling lees je in een paar seconden. Met weinig tijd moeten deelnemers op hun gevoel afgaan.
- Vermijd dubbele ontkenningen. “Het is niet waar dat een tomaat geen fruit is” met “Niet waar” als antwoord: dan gaat het om taal, niet meer om kennis.
Meerdere stellingen tegelijk? Gebruik meer opties
Wil je meer stellingen in één vraag stoppen, zet dan het aantal opties hoger en Meerdere antwoorden aanvinken aan. Met “Welke van deze stellingen zijn waar?” en vier stellingen als opties krijgen alleen deelnemers die alle ware stellingen aanvinken en geen enkele foute de punten. Zo is er geen vijftig procent gokkans meer.
S