De puzzelronde ken je misschien wel van de De Slimste Mens: twaalf woorden door elkaar, en telkens vier daarvan horen bij één begrip. Op het grote scherm staan de woorden geschud in een raster, op hun telefoon maken deelnemers drie groepjes van vier.
Hoe werkt het?
- Voeg een slide toe en kies als vraagtype Puzzelronde.
- In de editor zie je drie kolommen van vier vakjes en rechts drie vakjes voor de begrippen. Elke kolom hoort bij één begrip: typ het begrip in het vakje rechts en de vier woorden die erbij horen in de kolom.
- Pas eventueel de Aanwijzing aan: de tekst die op het aankondigingsscherm staat voordat de puzzel begint.
Een puzzelronde heeft altijd precies drie begrippen met elk vier woorden. Over de volgorde hoef je niet na te denken: in de editor staan de woorden netjes per begrip, tijdens de quiz worden ze door elkaar gezet.
Voor deelnemers
Deelnemers zien op hun telefoon dezelfde twaalf woorden. Ze tikken vier woorden aan en die vormen samen een groepje met een eigen kleur. Nog een keer tikken op een geselecteerd woord deselecteerd het woord. Nadat een deelnemer 3 groepjes heeft gemaakt kan het antwoord worden verstuurd.

Instellingen van de puzzelronde
Aanwijzing
Een puzzelronde heeft geen vraagbalk: de puzzel zelf is de vraag. In plaats daarvan geef je een Aanwijzing op. Die staat op het aankondigingsscherm voordat de puzzel begint. Bijvoorbeeld: “Welke woorden horen bij elkaar.”
Timer, punten en andere instellingen
De timer, het aantal punten, de hint, de uitlegslide, het antwoordscherm en de andere instellingen werken bij de puzzelronde hetzelfde als bij elk ander vraagtype.
Hoe worden de punten berekend?
Een begrip is goed als een deelnemer precies de vier woorden van dat begrip in één groepje heeft gezet. Elk goed begrip levert een derde van de punten van de vraag op (afgerond). Staat de vraag op 30 punten, dan levert elk goed begrip er dus 10 op. Drie woorden goed en één verkeerd in een groepje telt niet: dat begrip is dan fout. Wie niet op tijd bevestigt, krijgt geen punten.
Tijdens de quiz
Tijdens de vraag
Op het grote scherm staan de twaalf woorden geschud in drie kolommen van vier, allemaal in dezelfde kleur. Zo verraadt niets welke woorden bij elkaar horen. Rechts staan drie lege vakjes voor de begrippen, met daarboven de timer. De begrippen zelf worden pas op het antwoordscherm getoond.
Tonen van de antwoorden
Bij het tonen van de antwoorden worden de juiste combinaties één voor één met een animatie onthuld. Per combinatie zie je hoeveel deelnemers die goed hadden.

Op de telefoon zien deelnemers hun eigen groepjes terug. De kleur van de tekst laat zien bij welk begrip een woord echt hoort, de rand hoe ze het zelf hadden ingedeeld. Woorden die in het verkeerde groepje stonden, worden doorgestreept.

Tips voor leuke puzzelrondes
- Begin bij de woorden, niet bij de begrippen. Het bedenken van puzzelvraag kan al best uitdagend zijn. Zoek eerst een paar woorden met meerdere betekenissen, zoals “bank”, “slot” of “kraan”, en kies dan per betekenis een begrip. Bij “bank” kun je denken aan meubels, geldzaken en de zee (zandbank). Vul elk begrip daarna aan tot vier woorden. Zo zitten de instinkers er vanzelf in, in plaats van dat je ze achteraf moet verzinnen.
- Zorg voor een paar dubbelzinnige woorden. Een woord dat bij twee begrippen lijkt te passen, maakt de puzzel pas echt een puzzel. Denk aan “Mercurius” bij zowel planeten als Romeinse goden. Of “Ajax” als voetbalclub en afwasmiddel.
- Kies korte woorden. Twaalf vakjes op het scherm en op een telefoon bieden niet veel ruimte. Eén of twee woorden per vakje leest het prettigst.
- Geef de timer wat extra tijd. Woorden lezen, verbanden zien en twaalf keer tikken kost meer tijd dan een gewone vraag. Minimaal een minuut is geen overbodige luxe.
- Varieer in moeilijkheid. Eén makkelijk begrip, één middel en één lastige werkt goed. Het makkelijke begrip elimineert gelijk een aantal opties waardoor de overige begrippen ook beter te doen zijn.
Alternatief vraagtype
Vaste paren? Gebruik koppelen
Horen er telkens maar twee dingen bij elkaar, zoals een land en zijn hoofdstad, dan past een koppelvraag beter. Deelnemers verbinden dan per item het juiste antwoord, bijvoorbeeld “Welke hoofdstad hoort bij welk land?”.
S