Bij een pin op de kaart-vraag wordt deelnemers gevraagd de juiste locatie op de kaart aan te wijzen. Op het grote scherm staat de vraag, bijvoorbeeld “Waar ligt Reykjavik?”, en op hun telefoon schuiven deelnemers de kaart tot de marker op de juiste plek staat.
Hoe werkt het?
- Voeg een nieuwe vraag toe en kies het vraagtype Pin op de kaart.
- Typ je vraag.
- Klik op Locatie instellen.
- Klik op de kaart om de juiste plek aan te wijzen.
- Zoom en schuif de kaart naar het beeld waarmee deelnemers moeten beginnen en klik op Instellen als startlocatie.
- Vul een Range in kilometers in, of zet Alleen dichtstbijzijnde antwoord aan.
Voor deelnemers
Deelnemers krijgen op hun telefoon een kaart met een marker in het midden. Ze schuiven de kaart tot de marker op de juiste locatie staat.

Instellingen van de pin op de kaart-vraag
Het juiste antwoord
In dit geval de juiste locatie. Alle afstanden worden vanaf dit punt gemeten, hemelsbreed.
Startlocatie
Het kaartbeeld waarmee deelnemers beginnen: dezelfde plek en hetzelfde zoomniveau als op het moment dat je op Instellen als startlocatie klikt. Dit bepaalt voor een groot deel hoe moeilijk de vraag is. Begin je ingezoomd op IJsland, dan is Reykjavik een makkie; begin je met de hele wereld in beeld, dan moeten deelnemers het echt weten.
Range in kilometers
Hoe ver een antwoord van de juiste plek mag liggen en toch goed is. Het is een cirkel rond de pin: alles binnen die straal telt. Hoe dichter bij het midden, hoe meer punten (zie hieronder). Kommagetallen zijn toegestaan bijvoorbeeld 0,5 voor een range van 500 meter.
Plaatsnamen tonen
Standaard staan plaatsnamen, straatnamen en andere teksten gewoon op de kaart. Zet je Plaatsnamen tonen uit, dan verdwijnen die tijdens de vraag, op het grote scherm én op de telefoons. Deelnemers moeten de plek dan echt herkennen aan de vorm van de kust, rivieren of wegen. Vraag je waar Timboektoe ligt, dan is dat geen overbodige luxe. Bij het tonen van het antwoord staan de namen er weer op, dan valt er niets meer te verraden.
Alleen dichtstbijzijnde antwoord
Staat dit aan, dan krijgt alleen de deelnemer die er het dichtst bij zat de punten. De range is dan niet van toepassing.
Kaart tonen tijdens de vraag
Met deze instelling ingeschakeld wordt de kaart al (zonder het juiste antwoord) tijdens de vraag weergeven. Staat hij uit, dan werkt het als de meeste andere vragen en kun je er een afbeelding of video bij zetten, bijvoorbeeld een foto van het gebouw dat deelnemers moeten vinden.
Timer, punten en andere instellingen
De timer, het aantal punten, snelheidspunten, een hint, een uitlegslide en het wel of niet tonen van het antwoord werken bij dit vraagtype hetzelfde als bij de andere vraagtypes.
Hoe worden de punten berekend?
- Met een range: elke locatie binnen de range is goed. De punten lopen gelijkmatig af met de afstand: precies op de juiste plek krijg je alle punten, halverwege de range de helft en op de rand nul. Bij een vraag van 1000 punten en een range van 100 km levert een prik op 25 km dus 750 punten op. Buiten de range krijg je geen punten.
- Alleen dichtstbijzijnde antwoord: de deelnemer die het dichtst bij zat krijgt de volle punten, de rest nul. Bij gelijke afstand wint het snelste antwoord.
Tijdens de quiz
Tijdens de vraag
Op het grote scherm staat de vraag, met eventueel een afbeelding of de vraag zelf. Deelnemers wijzen op hun telefoon de juiste locatie aan.
Tonen van de antwoorden
Het antwoordscherm is een kleine onthulling op zich. Vanaf de startlocatie wordt naar het juiste antwoord “gevlogen.” Naast de juiste locatie zijn ook de antwoorden van de deelnemers zichtbaar. Op een leuke manier zie je welke deelnemers het meest dichtbij zitten.

Op de telefoon zien deelnemers de kaart met de juiste plek en hun eigen antwoord, plus hoe ver ze ernaast zaten: “Jouw prik lag 34 km van de juiste plek”.

Tips voor leuke pin op de kaart-vragen
- Stem de range af op de schaal van de vraag. Voor een land of een stad in Europa werkt 100 tot 300 km goed, voor een gebouw in je eigen stad eerder 1 of 2 km.
- Speel met de startlocatie. Dezelfde vraag is veel lastiger als deelnemers eerst zelf naar het juiste werelddeel moeten.
- Gebruik een foto als vraag. “Waar is deze foto gemaakt?” Mensen vinden het altijd leuk om een bekende plek te herkennen.
- Kies dichtstbijzijnde wint bij moeilijke plekken. Weet bijna niemand het precies, bijvoorbeeld “Waar ligt het diepste punt van de oceaan?”, dan is een range al gauw willekeurig. Met Alleen dichtstbijzijnde antwoord is er altijd een winnaar.
- Houd het dichtbij huis. Vragen over de eigen woonplaats, school of het bedrijf zorgen voor verrassend veel discussie over wie het beter wist.
Alternatief vraagtype
Gaat het om een afstand? Gebruik getal raden
Wil je weten hoeveel kilometer iets is, en niet waar het ligt, dan past een getal raden-vraag beter. Bijvoorbeeld: “Hoeveel kilometer is het van Amsterdam naar Rome?”
Geen echte kaart nodig? Gebruik een genummerde afbeelding
Gaat het om een plattegrond, een schema of een tekening, zoals “Welk nummer is het stadhuis op deze plattegrond?”, dan werkt een genummerde afbeelding beter dan een wereldkaart.
S